Voor een bomvolle zaal in de kantine van het Jan van der Ploeghuis bracht Menno Smit weer een poëtische middag. Maar eerst maakten bewoners een werkgroep sonnet schrijven mee. Je hebt de Shakespeariaanse en Italiaanse, beide zijn geen sinecure.

Dichter Carl Snelweg bijt de spits af. Dichten is voor Carl vooral observeren, inzoomen op kleine dingen. Het is een interactief gebeuren. Carl is van huis uit een romanschrijver.
Waarom iets in plaats van niets ? vraagt Snelweg zich af. Hij beschrijft Rotterdam als innoverend en fascinerend. Nienke Esther Groot uit Utrecht schrijft haar meeste gedichten ter plekke of in het café. Ze wou astronaut worden, maar het werd dichter. Haar ouders leerden haar spreken en lezen, vormden haar persoon.
Maar haar ogen waren anders. In een parodie op kantoorlui eindigt het vers met ‘ergens hebben we een punt.’ Jaap Gurp vond een zwart konijn bij de vuilcontainer, hij waste en droogde het. Black life matters.
Gekke gedachten
Dichteres Mosana is geen onbekende bij Noorderdicht ‘ Samen waren we vrij. Breng mij naar woord en uit.’ Tato gekend van de Kunstbende haalt zijn inspiratie uit het leven. ‘Gekke gedachten in je hoofd? Hang ze op aan een touw. Krop in je keel, je hart is van steen. Liefde is van karton, ik scheur je uit elkaar.’

Geen dichtersmiddag zonder muziek en een dansje. Heerlijk ! Er zijn inmiddels weer twee succesvolle edities van Dichter bij Jan en Piet geweest. De kantine van het Jan van der Ploeghuis, ook wel Piet Roovershall genoemd, was bijna te klein om alle bezoekers te kunnen ontvangen.
Wil je op de hoogte blijven van de dichtersmiddagen stuur dan een mail naar noorderdicht@gmail.com en ontvang de nieuwsbrief.