Tekst: Frank Zwinkels
“Kijk, daar woonde ik, bij de tweede deur rechts, op nummer 22, en dan de trap op naar de tweede verdieping.” Aad Koster staat midden op het Willebrordusplein en wijst naar het grote karakteristieke gebouw met de vele ramen. “Ja, dit is de plek waar ik 75 jaar geleden ben geboren: het toenmalige hoofdkantoor van bakkerij Van der Meer & Schoep.”
Bakkerij Van der Meer & Schoep is van de jaren ‘20 tot de jaren ‘80 van de vorige eeuw een begrip in Rotterdam. In de hoogtijdagen heeft het bedrijf liefst 110 broodwinkels en 21 bakkerijen verspreid over de stad, tot Vlaardingen, Hoogvliet en Delft aan toe; ze heeft dan 1200 mensen in dienst
“Mijn vader Mellius Koster is als broodbezorger begonnen in Liskwartier. In korte tijd is hij bij Van der Meer & Schoep opgeklommen tot verkoopleider. Bij het bombardement in mei 1940 werd zijn woning in Kralingen verwoest. Met zijn gezin kon hij toen hier op het Willebrordusplein in het hoofdkantoor komen wonen. In 1947 ben ik hier geboren.”
Beschuitkelder
“Leuk om weer terug te zijn, dit was toch de speelplaats van mijn jeugd. Op de begane grond zat de bakkerij waar in twee grote ovens voor een groot deel van de stad brood werd gebakken. Er werkten ongeveer 25-30 mensen, van deegmakers, bakblik smeerders, medewerkers rijskast, ovenisten en medewerkers broodsnijmachines.
In mijn jeugd ging ik er vaak helpen: broodkruimels vegen en broodkratten stapelen. Er was ook een beschuitkelder, die ‘s avonds pikdonker was. Dan daalde ik als kind wel eens de trap af, dat was spannend en eigenlijk doodeng.
“Op de hoek met de Willebrordusstraat zat een broodwinkel van Van der Meer & Schoep. Daarnaast, op huisnummer 23, woonde de chef bakkerij en zijn gezin, dat waren onze buren. Zie je die twee donkergroene schuifdeuren?
De rechter was voor de vrachtwagens om brood in te laden voor de winkels in de stad, de linker voor de broodkarren die met brood door de wijk langs de vaste klanten gingen. Vaak stonden om 6 of 7 uur ‘s ochtends al vier of vijf vrachtwagens in de straat te wachten om brood op te halen, veel bedrijvigheid op de vroege morgen.”
In Liskwartier zat een broodwinkel op de Berkelselaan 64 (hoek Rodenrijsestraat), op de Rodenrijselaan 58b en op het Willebrordusplein (hoek Willebrordusstraat). In Bergpolder had Van der Meer & Schoep een bakkerswinkel op de Schieweg 134 (hoek Bergselaan).
Marmeren trap
“Op nummer 19 zat de hoofdingang naar het hoofdkantoor. Hé kijk, de deur gaat net open.” Een huidige bewoonster van één van de woningen in het pand is zo vriendelijk om ons even binnen te laten. “Na binnenkomst ging je eerst door een grote draaideur, daarna direct een mooie marmeren trap op.”
Die marmeren trap zit er nu nog steeds; bovenaan de trap kun je nog enkele zuilen van marmer zien. En heel opvallend, een dikke kluisdeur. ‘Ja, we dachten altijd dat hier een bank had gezeten’, vertelt de bewoonster. Aad vertelt haar dat in de kluis het geld van de dag- en weekomzetten uit de winkels werd opgeborgen.
“Op de eerste verdieping zaten de medewerkers van de administratie in een pijpela met allemaal glazen kantoren, alles heel doorzichtig. De hoofd administratie kon zo heel makkelijk zien of iedereen wel aan het werk was. Als vakantiebaantje heb ik ook nog een zomer op de loonadministratie gewerkt.
Op de tweede verdieping zaten de directie en de verkoopafdelingen. Vanuit ons huis konden wij via een deur binnendoor zo naar de directiekamers. Mijn vader had zijn werkplek dus letterlijk een deur verder.”
Handje rozijnen
“In de Willebrordusstraat, waar nu Depot Noord zit, was de opslagplek voor de verschillende ingrediënten voor brood en banket. Bloem en meel werden daar in grote balen van de wagens gesjouwd en dan met een katrol naar de meelzolder omhoog gehesen. In het rozijnen- en krentenmagazijn vond ik het best stoer om aan vriendjes stiekem een handje rozijnen te geven. In de oorlog zaten er onderduikers op de meelzolder verscholen in een loze ruimte achter de bloembalen.”
In 1886 beginnen twee broers Van der Meer hun bakkerijen in Rotterdam, in 1917 sluit de bakkerij van Gerard Schoep zich bij hen aan. Van der Meer & Schoep is geboren. In 1988 werd Van der Meer & Schoep verkocht aan een buitenlandse partij en verdween de naam uit het straatbeeld.
Wijken lopen
“Toen ik mijn rijbewijs in 1966 had gehaald ging ik ook ‘wijken lopen’. Met een auto vol met brood ging ik langs bij vaste klanten. Dan belde ik bij de klant aan en riep naar boven “De Bakker!”’. De vrouw des huizes antwoordde: ‘Een brood’. Dan vroeg ik weer “Wit of bruin?” Zij: ‘Wit.’ En dan ik weer: ”Gesneden of ongesneden?”.
Na kantoortijd werden telefonische klachten van klanten doorgeschakeld naar onze huistelefoon. Service en kwaliteit stonden hoog in het vaandel bij mijn vader en bij de bakkerij: de klant is koning. Als zoon van de verkoopleider ging ik dan ‘s avonds laat nog met de auto bij de klanten nabezorgen, zelfs tot in Heijplaat. Ja, we hebben wel voor die zaak geleefd.”
Door de opkomst van de supermarkten in de jaren ‘60 verdwenen de broodwinkels langzamerhand uit het straatbeeld, ook de bezorging aan huis hield op te bestaan. In 1971 verhuisden het hoofdkantoor en de bakkerij naar een nieuwe locatie in de Spaanse Polder.
In het gebouw op het plein bleven de broodbezorgers achter die daarvandaan de wijken in reden. In 1976 sloot Van der Meer & Schoep definitief de deuren van het depot op het Willebrordusplein en werd het gehele complex verkocht.
Over de geschiedenis van Van der Meer & Schoep heeft Aad Koster een boek geschreven ‘Een goeie bakker’, met nog veel meer wetenswaardigheden over de bakkerij, en als eerbetoon aan zijn vader.