Een twintigtal basisschool leerlingen zitten aan lange tafels begeleid door een tiental jongeren en stagiairs van Wolfert. Ze gaan een echte dialoog aan rond het fenomeen corona. Op tafel ligt een vragenlijst. Hoe gaan ze in deze tijd met spanning om en met al die veranderingen? Hoe kijk je aan tegen niet naar school gaan en thuis te leren? Wat denkt de jeugd over de maatregelen van Rutte? Kunnen winkels overleven? Zijn de kinderen op vakantie geweest in de zomer?
Kinderen aan het woord
Reda heeft geen moeite met corona. De stress schudt hij van zich af door te voetballen. Fatima gaat buiten spelen met haar zusjes. Ze vindt de warmte van de familie ook gezellig. In de lock down periode heeft ze thuis ook veel geleerd. Een ander meisje vindt het wel prettig thuis, school is niet zo leuk.
Marwa daarentegen gaat graag naar school. De kinderen gaan aan het tekenen. De maskers hebben veel indruk gemaakt Ook het ziekenhuis komt op papier. Natuurlijk wordt het virus uitgebreid getekend, vaak groen met allerlei aanhangsels, net een spin.
Marwa maakt er een kleurrijk spektakel van. Op papier verschijnt natuurlijk de 1,5 meter en de maskers al of niet vóór mond en neus. Een jongen ging op vakantie met de familie naar Spanje, het was erg spannend. De grote glazen ruimte van de Banier geeft de dialoog sessie alle ruimte. Er zijn drie winnaars onder de artiesten: Ferdous met de Wereld in een Virus, Illias met Mondkapje en Marwa met Mensen en Besmettingen.
Jongerenuitwisseling
Nora leidt het gesprek met een 15-tal jongeren. Nee, veel spanning hadden ze niet. Hot item is het huiswerk bijbenen. De grote verandering is het online gebeuren. Over de mondkapjes zijn ze erg radicaal: ‘Ofwel iedereen draagt ze, ofwel niemand.’ De boetes van € 400,- vinden de jongeren krankzinnig. Met het online systeem heeft iedereen wel een leerachterstand. Uitleg krijgen vooral bij wiskunde problemen verloopt moeizaam.
Thuis is het moeilijk je te concentreren. ‘Mijn mama wil veel praten.’ Het is niet allemaal kommer en kwel met de digitale lessen. ‘Het lijkt korter dan de lange zit in de klas.’ ’Opdrachten maken vind ik geweldig.’ De economie spreekt de jongeren ook wel aan. ‘Alles is dicht, zaken gaan failliet.’ Ze ondervinden het zelf aan den lijve. Studenten jobs gaan verloren. ‘Ik heb geluk dat ik een minimum uren contract heb.
Die uren moeten ze me wel uitbetalen.’ Het testen vindt iedereen prettig. Het hamsteren in de beginfase van corona vonden ze echt ridicuul. Iedereen kiest voor naar buiten komen, de natuur in. ‘Ik kan niet binnen blijven!’
Bij mensen om hen heen horen ze meer en meer van complottheorieën. De jongeren maken gebruik van de afhaal.
‘We hebben nu niets meer, gaven ze ons maar wat hoop.’ klinkt het.